Het is niet het ruige, op zichzelf aangewezen, op niemand vertrouwende individualisme van de Amerikaanse cowboy. Het betekent handelen naar keuze - wat betekent dat we zowel autonoom kunnen zijn als gelukkig onderling afhankelijk zijn van anderen.
Daniel Pink

Het begint er misschien op te lijken dat autonomie heel erg dicht tegen individualisme aanschurkt. Want als je je eigen regels verzint, dan ga je toch vooral je eigen weg? Dan liggen autonomie en individualisme (en egoïsme) toch in elkaars verlengde?

Nee. Laten we eerst overeenkomen wat een individu is. Als we kijken naar de etymologie, dan betekent in-dividu niet-deelbaar. In-dividueel. We zullen later in dit boek erachter komen dat mensen soms juist meer dividuelen zijn (juist wel deelbaar), maar voor nu gaan we verder met de eerste betekenis. Een niet deelbaar onderdeel dus.

Individualisme is het voorop stellen van dat individu. Dingen alleen doen, je zaken zelf oplossen, de wereld inrichten zodat een ik kan floreren. Het verschil tussen autonomie en individualisme vinden we in de manier waarop het tot uiting komt. Autonomie is een staat om dingen mogelijk te maken door zelf te kiezen. Individualisme is, onafhankelijk van of het het goede is, jezelf kiezen. Herinner de betekenissen van deze termen in het eerste hoofdstuk, maar nu andersom:

  • Autonomie = zelf kiezen
  • Individualisme = jezelf kiezen

Het verschil is dat individualisme blind is. Er is geen voorwaarde. Je kiest (voor) jezelf, ongeacht de omstandigheden.

Egoïsme is de extreme vorm van individualisme, waarbij de keuze voor jezelf bij individualisme niet per se (of direct) ten koste ten koste gaat van je omgeving, maar bij egoïsme wel.

Eerlijk zullen we alles delen. Ik iets meer dan jij.

Het is niet raar dat er individualisme bestaat. Het is zelfs simpel te verklaren. Als er geen individualisme was, dan hadden de meeste mensen maar één nier, een lege koelkast en had de bloedbank geen tekort[1]. Separatie van een groep (dat kan worden uitgelegd als individualisme én als autonomie) kan zorgen voor groei, maar jezelf verheven voelen boven de rest zonder voorwaarden is vooral eng en een paradox: als je jezelf (altijd) beter vindt dan de rest, ben je per definitie niet beter dan de rest. Sterker nog: je kunt alleen erkenning en waardering krijgen van gelijken. Wat blijft er bovendien over van binding als je steeds kiest voor jezelf? Je hebt wel de vrijheid om heerser te zijn van je koninkrijk van schedelformaat in het centrum van alle creatie[2], maar wat levert het op?


  1. Dit is Taleb maar ik moet de juiste bron nog vinden ↩︎

  2. David Foster Wallace, This Is Water: Some Thoughts, Delivered on a Significant Occasion, About Living a Compassionate Life ↩︎