We zijn met tijd goed geworden in meten, wegen en vergelijken, maar we zijn nog steeds slecht in het bepalen van de waarde van iets[1]. Een goed voorbeeld daarvan is slaap. Slaaptekorten worden gemeten in uren, de effecten van slaaptekorten in geld. Smartphones worden gebruikt om uurtjes te tellen en slaappatronen te analyseren. Tijd is alweer een proxy voor iets anders. Als we iets meten in tijd, dan meten we automatisch de rest ook in tijd. Of overige tijd.

Laten we eerst nachtrust als instrument gebruiken. De autoriteit op het gebied van slaap, Matthew Walker, die er overigens ook uitziet alsof hij bijzonder goed slaapt, stelt dat er geen biologische functies zijn die geen baat hebben bij een goede nachtrust. Kortom, als je dan toch slaap als instrument wilt gebruiken, gebruik het dan als instrument voor je complete fysieke gedaante. Bovendien, stelt Walker, is creativiteit het meest wonderbaarlijke voordeel van slaap. ’Slaap biedt een nachtelijk theater waarin je hersenen verbindingen testen en leggen tussen enorme hoeveelheden informatie. Deze taak wordt volbracht met behulp van een bizar algoritme dat vooringenomen is in het zoeken naar de meest verre, niet voor de hand liggende associaties, als een achterwaartse Google-zoekopdracht,’[2] zegt hij. Serendipiteit tijdens het snurken, zeg maar. De mooiste paradox die we uit zijn boek Why We Sleep kunnen halen is dat je niet kunt weten dat je slaaptekort hebt als je slaaptekort hebt. Je kunt niet stellen dat je met weinig slaap toekunt omdat je vermogen om zo te kunnen redeneren is aangetast door te weinig slaap.

De voornaamste reden waarom slaap dit deel van het boek besluit is omdat slaap als ultiem standpunt tegen tijd kan worden opgevoerd. Slaap is, wanneer je het niet meet of analyseert, een dagelijks terugkerende praktijk waarbij bewust wordt gekozen om het bewustzijn te verliezen. Als je wilt slapen, moet je doen alsof je slaapt totdat je slaapt. Dat is toch prachtig?

Mijn vermoeden is dat deze praktijk ons nog enigszins helpt herinneren aan periodes dat de klok niet belangrijk is en helpt om te begrijpen hoe niets doen werkt. Misschien moet je gewoon doen alsof je niets doet tot je niets aan het doen bent om de tijd te vergeten.


Svend Brinkmann — Standpunten ↩︎

Matthew Walker — Why We Sleep: The New Science of Sleep and Dreams ↩︎