Een man is rijk in verhouding tot het aantal dingen dat hij zich kan veroorloven om met rust te laten.
Henry David Thoreau

Alles met mate, inclusief matiging.
Oscar Wilde

Ik kan alles weerstaan, behalve verleiding.
Oscar Wilde

Er is een manier om een verslaving aan tijd op te lossen. Deze optie, via negativa, is latijn voor de negatieve weg en betekent in dit geval verbetering door het weglaten. Minimalisme, zo zou je het ook kunnen noemen. Less is more, als je van cliché’s houdt. Door minder van het één te doen, is er meer van het ander. De verhouding negotium en otium wordt beter. Minder Chronos, meer Kairos. Maar hoe dan?

De reden waarom we verslaafd zijn aan tijd is omdat iedereen verslaafd is aan tijd. Het is lastig om te weten wat normaal is in een land vol gekken. Je kunt het vergelijken met verslavingen aan geld, status en macht. Je kunt er alleen verslaafd aan raken als er meer mensen verslaafd aan zijn. En wat te denken van internet en sociale media? In het boek In Praise of Wasting Time heeft auteur Alan Lightman het over verbondenheid met the grid, waardoor er een gevoel van onbehagen ontstaat. Door altijd verbonden te zijn (met anderen, maar ook met het gezichtsloze netwerk an sich), is er altijd een gevoel van alertheid. Impulsen kunnen niet worden bedwongen omdat de mogelijkheid tot reageren en delen te gemakkelijk is. Internet schakelt contemplatie en daarna reflectie uit. Daar komt volgens de Lightman nog eens bij dat tijd geld is en dat tijdsbesparingen geen tijd opleveren, maar geld. Een tijdsbesparing brengt eigenlijk alleen meer druk met zich mee om nog meer geld te verdienen. En dus stress en angst. Daar is volgens Lightman downtime, in tegenstelling tot bij een technologisch grid, juist een remedie tegen[1].

Over een specifiek onderdeel van deze remedie downtime schreef Svend Brinkmann een boek. In dat boek stelt Brinkmann dat het bombardement van uitnodigingen (afspraken in tijdsduur), in de breedste zin van het woord, van advertenties op straat tot aan sociale media, problematisch zijn. Daarom is het belangrijk om naar deugden te kijken, en in het bijzonder de gemeenschappelijke eigenschap van alle deugden: matiging. Dit boek van Brinkmann is een antwoord op een sociaal-psychologisch probleem dat we kennen als FOMO, een afkorting voor fear of missing out. Deze term werd in 1996 door Dan Herman voor het eerst gebruikt om te beschrijven hoe mensen de ambitie hebben om alle beschikbare mogelijkheden uit te proberen[2]. Logisch dat FOMO meer en meer een probleem wordt naarmate er meer opties komen. Het is de keuzeparadox beschreven door Barry Schwartz[3] gecombineerd met wat Søren Kierkegaard beschrijft als duizeligheid van vrijheid[4] en het menselijke verlangen tot een groep te willen behoren (en misschien verzameldrift). Zygmunt Bauman noemt het vloeibaar modernisme, een samenleving waarin mensen constant worden aangespoord om hun nieuwe dromen na te jagen met hun creditcard[5].

Het boek van Brinkmann stelt dat we van de nood een (letterlijke) deugd moeten maken en we voor het tegenovergestelde JOMO moeten gaan, joy of missing out. Dit is ook de letterlijke titel van zijn boek. Als argument gebruikt Brinkmann onder andere de hedonistische tredmolen, een door hem als tragisch beschreven psychologisch fenomeen waarbij mensen snel gewend raken aan een prestatie, activiteit, object, relatie, eigenschap of ervaring en vervolgens op zoek gaan naar iets nieuwer en beter, tot de dood ons verlost van deze tragiek. Verder stelt hij dat de snelheid waarmee veranderingen in de maatschappij zich opvolgen en een steeds grotere ongelijkheid bijdragen aan een steeds sneller bewegende hedonistische tredmolen. Mensen zien steeds meer, willen steeds meer en willen het ook steeds sneller. Deze constante vergelijkingen maken bovendien een maatschappij hyperindividualistisch, als iedereen nog maar aan zichzelf denkt ten opzichte van vele anderen. Een uiting van deze problemen op een hoger niveau is dat economie en politiek er altijd op waren gericht om in behoeften te voorzien maar juist nu constant proberen nieuwe behoeften te creëren waardoor die tredmolen nog een versnelling hoger staat.[6]

Zonder de term te gebruiken wijst Brinkmann autonomie aan als oplossing voor dit problemen[7], met behulp van de twee sporen waarop de vrijheidstrein rijdt: positieve en negatieve vrijheid. In zijn uitleg is negatieve vrijheid omgevormd tot een platte how-to-happiness[8] die we minimalisme zijn gaan noemen, waar de focus nog steeds ligt op consumptie (van minimalisme), ‘zonder sociale dimensie of diepgaande afweging van onderliggende waarden’[9]. Positieve vrijheid daarentegen is waar we naar zouden moeten zoeken. ‘De mogelijkheid om te lezen, schrijven, berekenen, beargumenteren en deelnemen aan democratie en de verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen levens maar ook voor die van het collectief. Deze vrijheid veronderstelt een volwassen geest en de ontwikkeling van inzichten en mogelijkheden, of het individu ze nu wil of niet.’ aldus Brinkmann.

Om het verhaal rond te maken nodigt Brinkmann in zijn boek Kierkegaard uit, die vertelt dat je alleen maar één ding kunt willen en dat is het goede, omdat het goede ondeelbaar en compleet is. Aristoteles kopt Kierkegaards voorzet in de kruising, door te stellen dat de deugden in het midden van twee ondeugden liggen. Karakter betekent dat je zowel ja als nee kunt zeggen, dat we controle hebben op onze impulsen. Zonder dit vermogen missen we integriteit en een betrouwbare moraal[10].

Hoewel je JOMO kunt zien als een oplossing voor FOMO of een manier om FOMO te kaderen en te begrijpen, zit in beide acroniemen stiekem instrumentalisme verborgen: het zijn blijdschap (of geluk) en angst ten opzichte van iets anders. We kunnen concluderen dat snelheid, tijd, individualisme en constante verbinding samen zorgen voor sociale problemen waartegen oplossingen bestaan, maar de belangrijkste vraag blijft staan: Is het mogelijk om gelukkig te zijn voordat er iets gebeurt?[11]


  1. Alan Lightman — In Praise of Wasting Time ↩︎

  2. https://link.springer.com/article/10.1057/bm.2000.23 ↩︎

  3. Barry Schwartz — The Paradox of Choice - Why More Is Less ↩︎

  4. Søren Kierkegaard — The Concept of Anxiety ↩︎

  5. Zygmunt Bauman — Liquid Modernity ↩︎

  6. Svend Brinkmann — The Joy of Missing Out: The Art of Self-Restraint in an Age of Excess ↩︎

  7. Ik voel me zo vrij om deze interpretatie te doen. ↩︎

  8. Geen letterlijke quote van Brinkmann ↩︎

  9. Wel een letterlijke quote van Brinkmann ↩︎

  10. Svend Brinkmann — The Joy of Missing Out: The Art of Self-Restraint in an Age of Excess ↩︎

  11. Sam Harris ↩︎